De kerk vanuit bijbels perspectief

Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.
2 Korintiërs 8:9 (HSV)

Dit is een heel bekende uitspraak uit de Bijbel. Maar wat betekent het nu precies? Laten we het eens rustig bekijken, ook voor mensen die niet zo vertrouwd zijn met het christelijk geloof.

Jezus wordt hier ‘rijk’ genoemd. Dat slaat niet op geld of bezittingen, maar op Zijn hemelse positie. In het christelijk geloof geloven we dat Jezus niet zomaar een mens was, maar Gods Zoon, die altijd bij God in de hemel was, in volmaakte heerlijkheid en majesteit. Dat was Zijn ‘rijkdom’.

Maar Hij heeft die positie vrijwillig opgegeven. Jezus gaf Zijn status, macht en goddelijkheid op door mens te worden. Dat noemt Paulus ‘arm worden’.
Hij heeft Zijn hemelse plaats, Zijn goddelijke heerlijkheid en Zijn positie aan de rechterhand van de Vader verlaten om één van ons te worden. Dat was een onvoorstelbare vernedering.

Waarom deed Hij dat?
Zodat wij, mensen die slaaf zijn van onze eigen zonden en daardoor vijanden zijn van God, het hemelse rijkdom kunnen ontvangen wat Jezus toebehoord. Zijn armoede maakte ons rijk. Hoe rijk? Net zo rijk als God zelf!
Door de wraak van God, die wij voor onze zonden verdient hebben, op zich te nemen, door het losgeld te betalen en ons vrij te kopen van onze zonden heeft Jezus diegene die gered worden tot kinderen van God gemaakt.

Hoe arm werd Jezus dan wel niet? Dat wordt nog duidelijker in een andere Bijbeltekst:

Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.
2 Korintiërs 5:21 (HSV)

Deze tekst zegt iets heel bijzonders. Jezus was zelf volmaakt en zonder enige schuld. Maar aan het kruis behandelde God Hem alsof Hij alle schuld van eenieder die gered wordt op Zich had. Het was alsof alle moorden, alle leugens, alle haat en alle onrecht van iedereen die gered is op Hem werden gelegd.

Toch was Jezus niet zélf een zondaar. Dat is een belangrijk verschil.
Hij werd niet slecht; Hij werd behandeld alsof Hij schuldig was aan alle zonden van alle gelovigen. Dat noemen christenen ’toerekening’ of ‘imputatie’.
Het is een juridische term: Gods rechtvaardigheid eiste dat zonde gestraft werd, en Jezus nam die straf vrijwillig op Zich, ook al had Hij die zelf niet verdiend.

Sommige predikers beweren dat Jezus op het kruis zelf zondig werd en daarom naar de hel moest. Dat is een ernstige misleiding. Jezus bleef altijd zonder zonde. Hij werd niet zélf een zondaar, maar Hij droeg de gevolgen van onze zonde.
God richtte Zijn volle toorn over het kwaad op Jezus, alsof Jezus er zelf schuldig aan was – hoewel Hij dat helemaal niet was.

En nu gebeurt er iets omgekeerds: gelovigen worden door God behandeld alsof zij net zo rechtvaardig en volmaakt zijn als Jezus zelf. Niet omdat zij het zelf verdienen, maar omdat Jezus hun schuld heeft weggenomen.
Het is een ruil: Hij nam onze ongerechtigheid op Zich, en wij ontvangen Zijn gerechtigheid.

Paulus, een belangrijke schrijver in het Nieuwe Testament, beschrijft zijn eigen worsteling hiermee in Romeinen 7:24:

Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam des doods?
Romeinen 7:24 (HSV)

Hij voelt zich gevangen in zijn eigen zwakheid en neiging tot verkeerde keuzes. Maar dan vervolgt hij met dankbaarheid: God heeft hem gered door Jezus Christus. Dat is de bevrijding waar het christelijk geloof over gaat.

God behandelt mij dus alsof ik de volmaakte rechtvaardigheid van Jezus Christus zelf heb. Dat is geen excuus om maar te doen wat je wilt.
Wetende dat God in al zijn kracht en met al zijn macht jou naar de dood had gestraft voor al jou zonden, resulteert in dankbaarheid en aanbidding.
Dankbaarheid voor de prijs die Jezus Christus heeft betaald om de toorn en straf van God af te kopen, aanbidding aan Hem die Zijn leven voor jou heeft gegeven.

Waarom betaalde Jezus onze dood met Zijn leven?

Veel mensen denken dat Jezus alleen voor hén stierf – voor de gelovigen.
Maar dat deed Hij niet, Jezus deed het voor God!
Jezus volbracht Gods wil en herstelde de eer van God. En wij, de gelovigen, zijn als het ware het geschenk dat God de Vader en de Zoon met elkaar delen.
Het gaat dus niet alleen om ons, maar het gaat om Gods eer.

Daarom is de kerk – de gemeenschap van gelovigen – zo kostbaar.
De kerk draagt de gerechtigheid van Jezus Christus.
Jezus heeft de schuld van eenieder die bij Zijn kerk hoort betaald en in ruil daarvoor draagt de kerk de gerechtigheid van Jezus.

Daarom is de kerk zo belangrijk voor Christus:

En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.
Matteüs 16:18 (HSV)

De kerk is belangrijk voor Christus, omdat Hij Zelf haar bouwt en omdat Hij er de hoogste prijs voor heeft betaald – Zijn eigen leven.

Omdat de kerk zo kostbaar is voor Christus, geeft Hij duidelijke waarschuwingen hoe gelovigen met elkaar moeten omgaan. Ze moeten elkaar behandelen met dezelfde liefde waarmee Christus hen behandelt. Wie een ander kwetst, kwetst in zekere zin Christus Zelf.

Jezus waarschuwt hier streng voor:

Het zou voor hem beter zijn als hem een molensteen om zijn hals was gedaan en hij in de zee was geworpen dan dat hij één van deze kleinen zou doen struikelen.
Lucas 17:2 (HSV)

Met ‘kleinen’ bedoelt Hij kwetsbare gelovigen. Het is beter om te verdrinken dan om iemand anders op een verkeerd pad te brengen. Dat laat zien hoe serieus Jezus omgaat met onderlinge liefde en zorg.

Wie een medegelovige slecht behandelt of aan het wankelen brengt, raakt in feite Christus Zelf. Want gelovigen zijn één geest met Hem, zoals Paulus schrijft:

Wie zich echter met de Heere verenigt, is één geest met Hem.
1 Korintiërs 6:17 (HSV)

en

één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping
Efeziërs 4:4 (HSV)

De kerk is een afspiegeling van de hemel

De kerk is de enige plek op aarde waar de hemel zichtbaar wordt.

Als we naar de instituten die de naam kerk dragen kijken, krijgen we te vaak de indruk dat de hemel een lichtzinnige, oppervlakkige vorm van vermaak is.
Dat de hemel oppervlakkig, sluw en mensgericht is.
Het beeld dat veel kerken uitdragen is godslasterlijk.

In het gebed dat Jezus ons leerde, staat:

Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde.
Matteüs 6:10 (HSV)

De vraag is: waar gebeurt Gods wil nu precies op aarde zoals die in de hemel gebeurt?
Niet in regeringen, rechtbanken, universiteiten of de media. Die zijn allemaal menselijk en feilbaar.
De enige plek waar Gods wil volmaakt gedaan wordt zoals in de hemel, is de kerk – als die tenminste leeft naar wat God bedoeld heeft.

Wat gebeurt er eigenlijk in de hemel?
In de hemel is er voortdurende aanbidding, lofprijzing, eerbetoon en volmaakte reinheid. Alles draait daar om God. Jezus wordt daar verhoogd en verheerlijkt. Hij zit aan de rechterhand van de Vader, als Koning over alles.

De hemel is ook een plaats van absolute zuiverheid. In de laatste hoofdstukken van de Bijbel (Openbaring 21 en 22) wordt de hemel beschreven als een stad van licht en reinheid, waar niets onreins binnenkomt.

Zalig zijn zij die Zijn geboden doen, zodat zij recht mogen hebben op de Boom des levens, en opdat zij door de poorten de stad mogen binnengaan. Maar buiten bevinden zich de honden, de tovenaars, de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
Openbaring 22:14-15 (HSV)

Als de hemel puur en zuiver, dus zonder zonden is dan is het vanzelfsprekend dat Jezus zoveel belang hecht aan het bestrijden van zonde binnen Zijn kerk.
In Matteüs 18:15-20 geeft Hij een stappenplan hoe gelovigen met zonde in hun midden moeten omgaan: eerst onder vier ogen, dan met een paar getuigen, dan voor de hele gemeente. Wie niet luistert, wordt uit de gemeenschap gezet – niet om te straffen, maar om te laten zien dat zonde serieus is.

Maar als uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga naar hem toe en wijs hem terecht tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Maar als hij niet naar u luistert, neem er dan nog een of twee met u mee, opdat in de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat. Als hij niet naar hen luistert, zeg het dan tegen de gemeente. En als hij ook niet naar de gemeente luistert, laat hij dan voor u als de heiden en de tollenaar zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Alles wat u op de aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn; en alles wat u op de aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn. Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.
Matteüs 18:15-20

Zowel in deze passage als in de opdracht aan Petrus en de apostelen in Mattheüs 16:18-19 gebruikt Jezus de Joodse uitdrukkingen: ‘binden’ en ‘ontbinden’.
Als iemand berouw toont en zijn verkeerde gedrag verandert, wordt hij ‘ontbonden’ van zijn zonde – zijn schuld wordt hem niet meer aangerekend.
Als iemand weigert te veranderen, bevestigt de kerk dat hij ‘gebonden’ blijft aan zijn zonde, en dat zal hem veroordelen.

Het bijzondere is: de beslissing is al in de hemel genomen. De kerk spreekt alleen uit wat God al besloten heeft. Zo wordt de hemel zichtbaar op aarde, en Gods wil gedaan zoals in de hemel. De kerk is nooit dichter bij de hemel dan wanneer zij eerlijk en liefdevol met zonde omgaat.

De kerk houdt vast aan de waarheid

In Psalm 119 staat:

..voor Uw woord heeft mijn hart diep ontzag gehad.
Psalm 119:161 (HSV)

De kerk ontleent haar gezag aan de Bijbel. Die wordt gezien als het inspirerende Woord van God en de hoogste richtlijn voor geloof en leven. Paulus schrijft aan zijn jonge medewerker Timoteüs:

Predik het Woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen; overtuig, bestraf, bemoedig, met alle lankmoedigheid en onderwijzing.
2 Timoteüs 4:2 (HSV)

Dit laat zien dat de kerk de taak heeft om de waarheid trouw te onderwijzen en te verdedigen.

De kerk is ook bewaarder van de zuivere leer. De apostolische boodschap, vastgelegd in het Nieuwe Testament, vormt de kern van het christelijk geloof.
De kerk moet deze leer beschermen tegen valse leringen.
Paulus waarschuwt de oudsten van Efeze:

Want ik weet dat na mijn vertrek roofzuchtige wolven onder u zullen komen, die de kudde niet zullen sparen. En uit u zelf zullen mannen opstaan die verdraaide dingen spreken, om de discipelen achter zich aan te trekken.
Handelingen 20:29-30 (HSV)

Daarom is waakzaamheid nodig, om de zuiverheid van de boodschap te bewaren en de gelovigen te beschermen tegen misleiding.

Soli Deo Gloria! – Alleen aan God alle eer.