door Mike Ratliff
30 En bedroef de Heilige Geest van God niet, door Wie u verzegeld bent tot de dag van de verlossing. 31 Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid, 32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.
Efeziërs 4:30-32 (HSV)
Veel problemen in de zichtbare kerk zijn het gevolg van een volledig verkeerd begrip van wat het betekent om een ware discipel van Christus te zijn, oftewel een wedergeboren christen. Voor echte gelovigen is het boek Slave¹ van John MacArthur zeer aan te bevelen. Het boek verduidelijkt hun ware rol in het Koninkrijk van God.
Eind jaren tachtig gaf een goede vriend uit onze kerk mij een ander boek van John MacArthur. Het was de eerste editie van zijn boek The Gospel According to Jesus. Ik geloof dat ik het in een paar dagen heb uitgelezen. Sindsdien heb ik het nog twee keer gelezen. Ik heb ook zijn boeken The Gospel According to the Apostles en Ashamed of the Gospel gelezen.
Er is een gemeenschappelijk thema in al deze boeken, en dat is een thema dat tegenstanders van John MacArthur haten. En ze haten het omdat het corrigeert en onze relatie tot God verduidelijkt. Dit thema is het centrale thema van zijn boek Slave.
En dit belangrijke thema is, zoals de titel al aangeeft, een veruidelijking dat Jezus Christus Heer is en dat diegene die Hem toebehoren, Zijn δοῦλοί (slaven) zijn.
De strijd over Lordship Salvation zal nooit ophouden zolang de vijanden van het kruis in leven zijn om hun oorlog tegen het ware evangelie te voeren. Er wordt verwarring gecreëerd om de Heerschappij van Jezus Christus aan te vallen en ik wil een ieder die dit leest duidelijk maken wat er precies op het spel staat. Zoals ik hierboven al zei: veel van wat er mis is en verwarring veroorzaakt in de kerk van onze tijd, komt door de overheersing van de no-lordship-ideologie welke al lang in de zichtbare kerk heeft geheerst. Overweeg het volgende citaat uit Slave.
“Tegenwoordig zijn de bedreigingen echter veel subtieler, voornamelijk omdat de hedendaagse evangelische beweging haar interesse in leerstellingen heeft verloren. De hoofdstroom van het evangelicalisme wordt gedreven door pragmatische zorgen, niet door theologische. Kerkgroei-goeroes maken zich druk over wat een menigte trekt, niet over wat de Bijbel zegt. Omdat hun succes ligt in het aantrekken van ongelovigen, maken welvaartspredikers de mens tot meester, alsof Christus een soort geest in een fles was – verplicht om gezondheid, rijkdom en geluk te schenken aan wie maar genoeg geld stuurt. Zelfs binnen sommige conservatieve kringen worden pragmatische, wereldse methoden (waaronder grove humor en ruwe taal) en bijna grenzeloze aanpassingen van de ergste vormen van wereldse muziek fel verdedigd, zolang ze maar zichtbare resultaten opleveren. De trieste realiteit is populariteit, en niet de trouw aan Christus en Zijn Woord, de nieuwe maatstaf van het evangelicalisme is geworden met als belangrijk kenmerk de no-lordship-ideologie.”¹
9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Filippenzen 2:9–11 (HSV)
Deze verschuiving naar een christendom dat om de mens draait in plaats van om God en Zijn eer, is veroorzaakt door de verwatering van het Evangelie in de richting van een no-lordship-ideologie. De bijbel leert ons dat Jezus Christus Heer is, en dat allen die werkelijk tot Hem behoren, Zijn slaven zijn.
1 Iedereen die als slaaf onder het juk leeft, moet zijn meester alle eer bewijzen, opdat de naam van God en onze doctrine niet in diskrediet worden gebracht.
1 Timotheüs 6:1 (LSB)
Als wij Zijn slaven zijn, verandert dat dan niet de manier waarop wij onze Heer moeten gehoorzamen? Is het dan niet zo dat ons leven aan Hem toebehoort?
De Bijbel leert ons immers dat Jezus een hoge prijs heeft betaald om ons vrij te kopen van onze zonden. Is een slaaf niet verplicht om te leven naar Zijn wil, omdat ons leven niet van onszelf is?
Overigens heb ik bewust niet voor de HSV gekozen om mijn punt duidelijk te maken omdat Nederlandse bijbels consequent weigeren het woord δοῦλος (doulos) correct in slaaf te vertalen. In alle Engelse kwaliteitsbijbels wordt dit woord wel correct vertaald. Wellicht verklaart het vasthouden aan doctrines waarom in veel Engelstalige kerken noch met diepgang en duidelijkheid gepreekt wordt.
Als ons duidelijk is dat wij doulos oftewel slaaf van onze Heer zijn, laten we ons dan ook richten op een ander Grieks woord in de passage welke ik aan het begin van dit bericht heb geplaatst (Efeziërs 4:30-32). In vers 31 wordt de vertaling “weggenomen” afgeleid van het werkwoord ἀρθήτω, wat de aoristus, gebiedende wijs en lijdende vorm is van αἴρω (airō).
Dit is een bevel. Dit werkwoord verwijst in deze context naar het feit dat wij iets “wegvagen”.
Paulus schetst hier een beeld dat wij de belemmeringen voor het christelijke leven, die in de omringende context worden genoemd, moeten “wegvagen”. Overweeg het volgende citaat met betrekking tot dit werkwoordgebruik in dit vers, van de prediker Martyn Lloyd-Jones².
“De apostel vermaant de Efeziërs om al dit kwaad weg te doen. Hij zegt niet dat het automatisch is weggenomen omdat ze christenen zijn geworden…
En we merken ook op dat hij hun niet alleen opdraagt om te bidden dat deze zonden uit hun leven worden weggenomen. Bid zeker, maar vergeet niet dat Paulus de Efeziërs zegt om ze af te leggen, om ze ver van zich te werpen, en wij moeten hetzelfde doen. Het is niet aangenaam. Het is helemaal niet aangenaam om zelfs over deze dingen te preken; het is zeer onaangenaam voor ons om ermee geconfronteerd te worden… maar, zegt de apostel, wij moeten het doen!
Als we enig spoor of teken van deze zonden in onszelf vinden, moeten we het vastgrijpen en ver van ons wegslingeren, het vertrappen, de deur ervoor sluiten en het nooit meer terug laten komen.”²
Kijk eens goed naar de vleselijke houdingen en daden in die verzen.
Deze zonden zouden niet onder ons gevonden mogen worden, broeders en zusters, en daarbij maakt het niet uit of het om contact met ongelovigen of om contact met elkaar gaat.
Als u denkt: “ja maar, wat dan met die-en-die die nog steeds in zonde leeft?”
Ja, en? Ik verzeker u dat uw Heer er meer om geeft dat u rechtvaardig voor Hem staat, dan dat Hij bezorgt is om deze zondaar. U wordt opgedragen te vergeven, of de andere persoon nu berouw toont of niet.
Als wij de zonden die beschreven worden niet wegleggen, dan wandelen wij niet onder de heerschappij van Christus, maar naar onze eigen vleselijke verlangens, en ook dat is zonde.
Soli Deo Gloria!
¹John MacArthur, Slave (Nashville: Thomas Nelson, 2010), 74.
² Martyn Lloyd-Jones, Darkness and Light (Grand Rapids: Baker Book House), pp 282-283.
